NS overtreedt netneutraliteitswet met websiteblokkades

NS overtreedt netneutraliteitswet met websiteblokkades

De NS blokkeert verschillende websites op de wifi-netwerken in zijn treinen. Daarmee wordt de netneutraliteitswet overtreden.

Dat stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) tegenover PCM. Een woordvoerder van de ACM bevestigt aan NU.nl dat het niet is toegestaan om de toegang tot sites te blokkeren.

De wet op netneutraliteit, die in 2012 werd aangenomen, bepaalt dat al het internetverkeer gelijk moet worden behandeld. Providers mogen geen voorkeur geven aan bepaalde sites en moeten het hele internet toegankelijk laten.

De NS mag wel voorkomen dat reizigers video’s afspelen via de wifi-netwerken in de trein, omdat deze geen grote hoeveelheden dataverkeer aankunnen. De ACM oordeelde vorig jaar al dat er onder de netneutraliteitswet een uitzondering bestaat die deze blokkade toestaat.

Ook bestaan er uitzonderingen in het geval van gevaar voor de nationale veiligheid, het voorkomen van spam en als een gerechtelijk bevel een blokkade verplicht.

PCM ontdekte echter dat ook nieuwssite Torrentfreak, filesharingsite The Pirate Bay en verschillende pornosites onbereikbaar waren in de trein. Volgens de ACM is dat niet toegestaan, omdat deze blokkade niets te maken heeft met het voorkomen van congestie op het netwerk. “We zijn in gesprek met de NS”, zegt woordvoerder Tim Rosendahl op de vraag of er maatregelen worden genomen.

Een woordvoerster van NS schuift de schuld van de blokkade af op T-Mobile, dat tot 1 april de wifi-netwerken in treinen beheerde. “Het wordt nu eigenlijk uitgevoerd zoals T-Mobile dat altijd heeft gedaan.” Samen met de ACM wordt nu geëvalueerd of er inderdaad sites op een blokkadelijst staan, terwijl dat niet het geval zou moeten zijn.

De woordvoerster gaat niet in op de vraag of het wenselijk is dat pornosites wel beschikbaar zijn in de trein. Ook daar zal met de ACM over worden gesproken. “Het staat natuurlijk voorop dat wij de telecomwet volgen.”

Wat is zoekmachine optimalisatie (SEO)?

Zoekmachine optimalisatie oftewel SEO (Search Engine Optimization) omvat de linkerkant, dus het gratis organische gedeelte van de zoekmachines. De gedachte achter zoekmachine optimalisatie is om zoveel mogelijk relevant verkeer naar je website te trekken zonder dat je hiervoor per bezoeker moet betalen. SEO optimalisatie is dan ook een langere termijn proces.

De drie pijlers van SEO:

-Techniek

-Copywriting

-Linkpopulariteit

Waarom is SEO zo belangrijk?

SEO staat aan de basis van je online marketingstrategie. Eerst moet de basis, bestaande uit techniek en content, goed staan, voordat hierop verder geborduurd kan worden. Zoekmachine optimalisatie zorgt dus voor een permanente plaatsing in de gratis zoekresultaten en kan er ook voor zorgen dat de adverteerkosten (SEA) omlaag gebracht worden.

Strategie ontbreekt bij online marketing

Zorginstellingen zetten steeds vaker online marketing in. Vaak ontbreekt het daarbij aan strategie. Dat blijkt uit een onderzoek van Redmax. Sommige instellingen geven meer dan een miljoen per jaar uit aan hun online marketingactiviteiten.

Aan het onderzoek deden 102 instellingen mee, voornamelijk uit de sectoren GGZ, VVT en de ouderenzorg. Twee derde van de zorginstellingen gaf aan online marketing toe te passen. Het viel Redmax daarbij op dat de aanwezige kennis over online marketing onvoldoende is.

Uit de benchmark van Redmax blijkt dat zorginstellingen voor online marketing ook budget beschikbaar stellen. Exclusief de salariskosten, gaat het in 44 procent van de gevallen om een budget tot twintigduizend euro. Nog eens 16 procent van de instellingen heeft een budget tot honderdduizend euro. Een klein deel van de instellingen geeft nog meer uit. Twee instellingen hebben jaarlijks zelfs meer dan een miljoen euro beschikbaar.

Welke instellingen meer dan een miljoen euro per jaar uitgeven, wil Bram van Leeuwen die het onderzoek uitvoerde niet zeggen. Het betreft een partij in de ggz en eentje in de ouderenzorg. De instellingen werkten op basis van anonimiteit mee met het onderzoek.

Van Leeuwen: “Dit zijn de grote jongens met enkele honderden miljoenen aan omzet. Sommige zorginstellingen hebben al snel enkele tientallen websites. Denk aan een corporate website, thema- en doelgroepen websites. Dan lopen de kosten al snel op, bijvoorbeeld voor het content managementsysteem, extern ingehuurde specialisten, google-advertenties, webhosting et cetera.”

Dat zelfs een instelling in de ouderenzorg zich zo sterk online profileert verbaast Van Leeuwen niet. “Het gaat bij dit soort instellingen bijvoorbeeld om loyaliteitsprogramma’s. Er zijn ouderenzorginstellingen die service bieden aan jonge mensen met kinderen, zodat die mensen zich binden aan die bewuste zorginstelling. Ook organiseren ouderenzorginstellingen uitstapjes voor nog zelfstandig wonende ouderen. Dat communiceren ze dan ook online, via websites die op de doelgroep gericht zijn.”

Toch houden de meeste zorginstellingen het nog altijd heel eenvoudig. Ze werken vooral aan zoekmachineoptimalisatie (seo), zodat ze als eerste worden gevonden via zoekmachines. Ook zijn de meeste zorginstellingen op sociale media actief. Erg goed doen ze dat overigens nog niet. Zo richten veel instellingen zich vooral op ‘zenden’, terwijl sociale media zich bij uitstek lenen voor tweerichtingsverkeer. Bij 74 procent van de instelling ontbreekt het geheel aan strategie. Slechts 27 procent van de instellingen heeft zowel een strategie als doelstellingen geformuleerd voor online marketing. (Daan Marselis)